Week kleurenleer in de schilderspraktijk

 

Kleurenleer in de schilderspraktijk

5-daagse workshop kleurtheorie en praktijk

Voor:

  • Beginners en gevorderden, 5 tot 10 deelnemers

Wat gaan we doen?

  • In vijf dagen of avonden behandelen we belangrijke delen van kleurenleer
  • Korte inleidingen of colleges worden afgewisseld met (schilder)oefeningen
  • Demonstraties van principes
  • Werken met speciaal aangepaste paletten per onderwerp (eenvoudige stillevens)
  • Andere eigenschappen van verf: transparantie, dekkendheid
  • Enige informatie over pigmenten en waarop je kunt letten bij aanschaf en gebruik
  • Inzicht in hoe de verschillende deelgebieden vicieus op elkaar inwerken.

Techniek:

  • Meer informatie

    KLEURENLEER EN PRAKTIJK

    Kleurenleer is een even noodzakelijk als lastig onderdeel in de studie van het schilderen naar de waarneming.

    Noodzakelijk om, in eerste instantie, de kleuren die je ziet goed te beoordelen en deze in verf te vertalen. Wanneer je dat beter kunt doorzien opent zich een wereld van mogelijkheden en keuzes, waarbij kennis van kleurenleer een leidraad en inspiratiebron kan zijn.

    Lastig, maar onvermijdelijk blijft de complexiteit en reikwijdte van het vakgebied. Je kunt eigenlijk niet slechts een onderdeel bestuderen -bijvoorbeeld verf mengen- omdat alle onderdelen sterk met elkaar samenhangen.

    De eendaagse workshop ‘Kleurenleer’, die ik twee of drie keer per jaar aanbied is bedoeld als introductie in deze materie en een overzicht van het onderzoeksveld. Het belangrijkste deel van de dag is een college met voorbeelden, afgewisseld met een paar oefeningen. De nadruk ligt op het leren denken in drie dimensies van kleur (kleursoort, grijswaarde en verzadiging). Een kleine praktijkoefening, naar een eenvoudig stilleven met primair palet sluit deze workshop af. Hierin komt ook een specifieke eigenschap van verf aan de orde, namelijk het verschil tussen transparante pigmenten en (half)dekkende.

    Kleurenleer is een veel te groot onderwerp om in een dag te kunnen leren overzien en toepassen. De workshop is dan ook niet meer dan een introductie, een raamwerk voor verdere zelfstudie.

    CURSUSWEEK KLEURENLEER IN DE SCHILDERSPRAKTIJK

    Deze zomer wil ik in een cursusweek meer tijd vrijmaken voor dit belangrijke en fascinerende onderwerp. Hierdoor is er meer tijd voor praktische schilderoefeningen bij een aantal belangrijke onderdelen. Korte colleges worden afgewisseld met aansluitende praktijkstudie.

    Wat je nodig hebt aan verf kun je vinden in de MATERIALENLIJST.

    Kleurtheorie
    Kleurenleer is complex omdat het speelt door alle 4 domeinen van invloed op het zien en afbeelden. De eerste drie kun je begrijpen als fasen van het zien, het kijkproces zelf. De vierde betref het afbeelden (van wat we zien) op een plat, of twee dimensionaal vlak.Deze 4 domeinen helpen een helder onderscheid te maken in alle inzichten die bestaan betreffende licht, zien en afbeelden. Deze domeinen hebben bijvoorbeeld ook betrekking op perspectieftekenen. Dit schema helpt om specifieke wetmatigheden in het grotere kader te begrijpen. , wat voor kleurenleer echt erg handig is. Daarom even wat informatie over dit schema.

    Vier domeinen van invloed op zien en het maken van afbeeldingen
    Kleur is in het eerste domein, de fysieke wereld, licht. Alle natuurkundige regels over licht, optica, eigenschappen van licht als elektromagnetische golven, reflectie en absorptie spelen zich hier af. Een deel van alle elektromagnetische golven is voor ons zichtbaar licht, wat we het spectrum noemen. Alle kleuren van de regenboog. Let wel: zuiver gesproken zijn het in dit domein ‘nog’ geen kleuren maar alleen verschillende frequenties van elektromagnetische golven.

    We nemen dat waar met ons lichtgevoelige zintuig, ons oog. Dat is het tweede domein van invloed. Ons oog heeft cellen die reageren op bepaalde frequenties van elektromagnetische golven. Dit is biologie en scheikunde. Deze cellen komen voor in twee vormen, staafjes en kegeltjes. De eerste zijn gevoelig voor alle frequenties in gelijke mate, ze geven de hersenen informatie over de hoeveelheid licht. De tweede komen voor in drie soorten, die elk een eigen frequentiegebied hebben waarin ze het sterktst reageren. Deze overlappen elkaar.
    Tot zover bestaan er nog steeds geen kleuren, alleen golffrequenties: korte, middellange en lange frequenties (400-700 nanometer/s).

    Maar nu betreden we het derde domein: de perceptie van deze ruwe data van onze ogen door onze hersenen. Hier nu worden kleuren geboren. Kleuren zijn onze eigen vertaling van de door het oog waargenomen lichtgolffrequenties. De combinatie van prikkelingen van elk van de drie soorten kegelvormige cellen samen maakt de kleurervaring die we gewoonlijk “zien” noemen. Wanneer we kijken welke kleuren we zien bij de hoogste prikkelingen van elke soort, dan zien we rood bij de langegolf-soort, groen bij de middellange en blauw bij de korte golf kegeltjes. Dit zijn daarom de primaire kleuren van onze lichtwaarneming. Dit alles valt onder scheikunde, biologie en voor wat betreft de duiding van wat we zien betreden we het vakgebied van de psychologie.

    Het vierde domein betreft het beeldvlak en alles wat bij het maken van afbeeldingen komt kijken, bijvoorbeeld met verf op doek.
    Verfpigment absorbeert een specifiek deel van het daglicht, en reflecteert aldus zijn kleur. Alle materialen doen dat. Dat noemen we hun eigen kleur.

    Verschil: Licht in de driedimensionale wereld en op tweedimensionale afbeeldingen         Wanneer we kijken naar de echte wereld, zien we meer of juist minder licht. Dit gebeurt door sterkere of zwakkere lichtbronnen, blokkering van licht door objecten -met schaduwen tot gevolg- en door absorptie van licht in materie, in stoffen. Maken we een afbeelding in verf dan zijn de verschillen in licht en donker, oftewel de vermindering van lichtreflectie vanaf het doek, alleen door absorptie van licht -door de verfpigmenten- tot stand gekomen. Het platte vlak van het doek krijgt immers overal ongeveer evenveel licht, gelijk op de lichtste en donkerste delen. Donkere delen in de echte wereld ontvangen vaak ook echt minder licht dan de lichte partijen. Ze staan bijvoorbeeld in de schaduw of ver weg van een lichtbron.

    Hierdoor heeft elke afbeelding minder lichtbereik (en dus ook minder kleurbereik) dan de echte, driedimensionale wereld. Zelfs in afbeeldingen op beeldschermen, ook al hebben die -omdat ze zelf licht uitstralen- een hoger bereik. In afbeeldingen moet dus altijd worden samengevat, gesuggereerd, een illusie worden gemaakt.

    De weekcursus
    Binnen bovenstaand kader worden kleurtheorieën in de loop van vijf dagen uitgewerkt in kleine colleges met aansluitende schilderoefeningen. Doel is het analyseren van wat we zien, en het begrijpen van het palet – ik geef verschillende paletten met verschillende kleuren, met verschillende doeleinden.

    In deze week zullen veel begrippen voorbij komen, waarbij het de bedoeling is dat je ze leert begrijpen in relatie tot een (of meer) speciek deelgebied in bovengenoemde domeinen. Bijvoorbeeld kleuren mengen; dat gebeurt op verschillende manieren maar behoort tot het eerste domein, de fysieke wereld. Om de verf tot de kleuren te mengen die je zoekt moet je weten hoe de kleurencirkel werkt. Of beter gezegd de kleurenbol, of nog beter, de kleurruimte. Ook dat is allemaal het eerste domein.

    Uit de kleurencirkel weten we dat er drie primaire kleuren bestaan, kleuren die niet uit andere kleuren kunnen worden gemengd, terwijl alle andere juist wel uit de primaire kunnen worden gemaakt. Waarom drie primaire kleuren? Het antwoord daarop ligt niet meer in het eerste domein, maar in het tweede, het oog en het derde, onze perceptie, de verwerking van wat het oog ziet in de hersenen. Zolang je dergelijk onderscheid weet te maken kun je de totale verwarring voorblijven!

    Wanneer je zelf kleuren voor je palet gaat kiezen voor het maken van een specifiek schilderij moet je doel en aanpak helder zijn. Daarvoor helpen bovengenoemde begrippen.  Er komen nog andere categorien bij, zoals eigenschappen van verf, of de manier waarop je een schilderij opbouwt

    Dit kan al snel duizelingwekkend gelaagd worden. Het is de bedoeling van deze weekcursus om speciale aandacht te geven aan orde in dit soort zaken. We bouwen een goed fundament om gericht mee aan de slag te gaan en je nieuwe schilderervaringen in een helder kader te kunnen plaatsen.

Voor wie

Beginners en gevorderden, maximaal 10 deelnemers.

Wanneer

Dagcursus en avondcursus

Maandag 26 juni t/m vrijdag 30 juni 2017

Lestijden:
Dag: 10u00-12u30, 13u30-16u00
Avond: 19u30-22u00

In de avond wordt dezelfde theorie behandeld, er is dus minder tijd voor oefeningen en heeft daardoor een meer college-achtig karakter.

Locatie

Atelier Raymond Huisman Binnenkant 39 1011BM Amsterdam

Prijs

Dagcursus: 375 euro incl 21% BTW
Avondcursus: 200 euro incl 21% BTW

Als je deze workshop volgt in combinatie met de portretworkshop Alla prima portretschilderen op 8 en 9 juli krijg je € 20,00 korting